Onze Kerk

Sinds 1700 jaar ondergaat een levend land en een levendig volk het waarheidslicht van Christus.

De apostelen, heilige Thadeus en heilige Bartelomeos, waren de prekers van de christelijke religie in Armenië. Dankzij de moed van de apostelen die in Christus geloofden en hun opoffering van God heeft het christendom zijn intrede gedaan in de Armeense wereld. Deze apostelen werden de eerste verlichters van het Armeense volk. Door hun preken zijn de afgoden aanbiddende zielen van de niet gelovende Armeniërs, verlicht met het licht van Christus.

Dit is een bewijs dat de kerk der Armeniërs een bijzonder directe apostolische afkomst heeft, zonder enige invloed of inbreng van een oudere kerk.

Precies aan het begin van de vierde eeuw, in het jaar 301, werd het christendom de heersende religie in Armenië. Echter wisten de Armeniërs al van de leerstelling van Jezus en de door Hem verrichtte wondere vanaf de dagen van Zijn bestaan. De geschiedkundige van Assyrische afkomst Lapupna uit Edessa,de grote geschiedkundige uit het Griekse keizerrijk Eusepius en ook de grote Armeense geschiedkundige Movses Khorenatsi vertellen heel duidelijk over de contacten tussen de Armeense koning Abgar en Jezus. Abgar was een koning die heerste over een deel van Mesopotamie, wat Osroen werd genoemd,waarvan de hoofdstad Edessa was. De koning die besmet was met een ongeneeslijke ziekte hoort van de wonderdaden van Jezus in Palestina en stuurt afgevaardigden naar Hem en nodigt Hem uit om hem te genezen. Daar Jezus bezig was met zijn preken en de dagen van zijn beschikking dichterbij kwamen, weigerde Hij met de afgevaardigden mee te gaan. Echter hij verzekerde de afgevaardigden dat Hij binnen een korte tijd een van zijn leerlingen zou sturen om de koning te genezen en het Evangelie te verkondigen. Een schilder die de afgevaardigden vergezelde, wilde Jezus schilderen op doek. Christus heeft het doek gepakt en depte er Zijn gezicht mee. Op het doek bevond zich de afdruk van het gezicht van Jezus Christus. Jezus heeft het doek aan de afgevaardigden overhandigd zodat zij het aan de koning konden geven. Het doek is altijd in Edessa gebleven wat diende als een bedevaartsobject voor de gelovigen. In 944, toen de Byzantijnen Edessa hebben heroverd, is het doek door de Byzantijnen naar Constantinonopolis gebracht. In de tijd van de kruisvaarders, vermoedelijk in de tijd van het Latijnse keizerrijk, toen de invloed van de lieden uit Genoa groot was, werd het doek naar Genoa verplaatst en werd tentoongesteld in de kerk van de heilige Barthelomeos.

Direct na Christus krijgen de Armeniërs twee apostelen,die het Evangelie hebben verkondigd en het leven hebben gelaten, want zij waren de eerste verlichters van de Armeniërs. In het land van de Armeniërs rusten de heilige Thadeus en de heilige Barthelomeos. De eerste die koning Abgar heeft genezen werd een martelaar in het jaar 43 na Christus in opdracht van koning Sanadroek. Hij ligt begraven in de staat Ardaz, in de buurt van de stad Mag in het naar hem vernoemde klooster Thadeus. Barthelomeos heeft het Evangelie verkondigd in de Armeense staten; Her,Tcharevant en Antsrevantsiants en is overleden in Aghpag in het jaar 60-66 na Christus. Zijn begraafplaats bevindt zich in het naar hem vernoemde klooster.

Behalve de begraafplaats van de apostelen kan de Heilige kerk van Armenië zich beroemen met het in bezit zijn van andere kostbare heiligdommen. Vandaag de dag wordt in de zetel van de Armeense kerk -Heilige Etchmiadzin de lans bewaart waarmee een Romeinse soldaat de gekruisigde Jezus in zijn zij heeft gestoken. De lans wordt bewaard en tentoongesteld als een heilig overblijfsel. Deze had de apostel, Thadeus, mee naar Armenië gebracht en werd sinds eeuwen bewaard in een klooster genaamd Heilige Keghart in de regio Garni.

Later is de lans overgebracht naar Etchmiadzin.

De kerk van Armenië mengt tijdens het zegenen van de gewijde olie de oude met de nieuwe olie. De oude olie die gezegend was door de Verlosser en aan de heilige Thadeus en andere leerlingen was meegegeven toen zij met een taak moesten reizen.

Heilige Barthelomeos kon niet op tijd bij de dood van de heilige Maria aanwezig zijn. Derhalve kreeg hij een houten beeld van haar zodat hij daardoor aangemoedigd werd en hij het mee kon nemen naar die landen waar hij naartoe moest gaan om te preken. Hij bracht het beeld mee naar Armenië. Dit alles getuigt nogmaals van de band die de Armeniërs heeft  met Christus en zijn leerstelling hebben . Armenië heeft als eerste volk het Christendom als staatsgeloof verkondigd. Beginnend bij de koning tot de laagste laag van de bevolking heef men zich bekeerd en is men verlicht door het reddend licht van het Evangelie. Het hoofd van deze wonderbaarlijke bekering was de nieuwe apostel, Grigor Bartev die wij eren met de naam “Lusavorich”, verlichter. Heilige Grigor werd de eerste Armeense aartsvader die zijn gehele bestaan en wetenschappelijk leven heeft gewijd aan de theologie van de Armeense apostolische kerk en de setting van de nieuw bekeerde Christenen.

In de vierde eeuw had de Armeense kerk dezelfde geloofsovertuiging als de oosterse en de westerse kerken, namelijk volledige loyaliteit en het belang van overeenstemming. De in de tussentijd verschenen afdwalingen en afwijkingen zoals die van de Ariërs, Macedoniërs en de ketterijen van de Nestorianen werden eenstemmig veroordeeld door de oecumenische gemeente van Nicea in 325 na Christus, van Constantinopolis in 381 na Christus en van Efese in 431 na Christus. Door de schikking van de grondlegger, de Heilige Grigor, dient de geloofsbelijdenis van Nicea als de theologische leerstelling van de Armeense kerk te worden beschouwd. Tot de dag van vandaag wordt het, in de Armeense kerk tijdens de kerkelijke plechtigheden openlijk gebruikt.

1700 Jaar lang heeft het Armeense volk zijn geloof bewaakt, gekoesterd en zijn onbeperkte in wijdingsplechtigheden voor Christus en het geloof gevoerd, soms in strijd van leven of dood. Een groot bewijs hiervan was de overwinning van de Romeinse keizer Maximilius- Calerius op de keizer Taj in het jaar 311 na Christus, toen  Armeniërs gedwongen werden de eerste oorlog te voeren ter bescherming van hun Christelijke geloof.

Een belangrijk historisch voorbeeld is geworden de volledige overgave voor hun geloof en plichtsgetrouw hun leven voor hun geloof op te offeren in de tweede oorlog van het Armeens – Christelijke volk tegen de  Perzische koning Hazkerd, waar de kwestie van het bestaansbehoud van het volk afhankelijk was van zijn ontkenning van het christelijke geloof en het accepteren van het mazdaisme (oud Perzische geloof).

In 451 na christus heeft er op het slagveld aan de oever van de Teghmoud rivier een strijd gewoed tussen de Armeense krijgsoverste en minister Vartan Mamikonian,met zijn 66.000 strijders tellende menschappen en de 200.000 strijders tellende Perzen. De slag wordt hevig. Vartan, acht listige veldheren, generaals, de kleinzoon van de heilige Sahak en een groot aantal martelaren sneuvelden. Ze hebben met hun zuivere bloed het Christendom en hun vaderland geheiligd.

De Armeense kerk heeft de 1036 martelaren die op het slagveld zijn omgekomen tot heiligen verklaard. Ze worden ieder jaar met grote eer herdacht op de dag van “Sourp Vartanank”.

De geest van de heldendaad van Vartan vergezelde door de eeuwen heen het Armeense volk in hun strijd voor het bestaan. Ook bij de heldhaftige strijd van Sardarabad, de onneembare bergen van Karabagh (Arcag) en de bevrijding van Shoushi.

De Armeense kerk heeft voor het behoud van zijn professie tot op heden een grote prijs moeten betalen met grote offers en worstelingen. In de kruiswegen van de geschiedenis zijn de Armeniërs altijd verslagen door het geweld, invasie, uitroeiingen, vernielingen en vernietigingen door de Grieken, Perzen,Arabieren, Tataar-Seljouken en de Turken.

Dit alles bewijst dat de Armeniërs een volk zijn die weten van strijden, sneuvelen ter wille van hun geloof en hun vaderland, opnieuw opstaan en onder de stof vandaan komen voor het eeuwig bestaan met op hun voorhoofd gestempeld de boodschap van Christus “Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft,brengt zij veel vrucht voort”.(Joh.12-24).

De Armeense kerk was en is al eeuwenlang de basispilaar voor het beschermen en het bestaan van het Armeense volk, zijn sterke fundament. Vanaf de eerst dag van de stichting van de Armeense kerk werd zijn heilige taak: religie en volk, coëxistentie en de hechte eenheid van twee grootse idealen, de nationale identiteit van de Armeniërs en het beschermen van het nationale aanzien en de zelfbevestiging.

De hoedende rol van de Armeense kerk werd in de geschiedenis van de Armeniërs meer geheiligd in die situaties waarin zij hun regeringsgezindheid verloren, toen hun vaderland verdeeld was door verschillende staten en toen zij gedwongen waren om onder het geweld van de vijandige regeringen te leven.

Maar vanaf het tragische jaar voor de Armeense natie, 1915, was de apostolische kerk de enige warme haard voor de uiteengedreven Armeniërs, waar hen verbannen en uit elkaar verdreven lotgenoten zich hergroepeerden, gemeenschappen vormden en sterk werden. Voor de uit zijn land verstoten Armeniërs werd de Armeense kerk het spirituele vaderland.

Al decennia lang is de taak van de Armeense kerk in de diaspora: het licht van de Verlichter brandend houden, de religie en het geloof van de Armeniërs, hun moedertaal, hun eeuwige cultuur, hun nationale tradities en waarden te verspreiden in de zielen van  de jonge generatie en zoals altijd zorgdragen voor hun Armeense opvoeding.

Deze betekenis –een klein deel van het volk vormde een Nederlands -Armeense gemeenschap in Nederland met de introductie van de Armeens Apostolische kerk en zijn voor het volk geschonken activiteiten vormde geen uitzondering in Nederland.

Nog in het verleden kwam een uit het oosten van Armeens zijnde afkomst bisschop Servantius- een medewerker van de Heilige Paus Atanas en weigeraar van het Arianisme- naar België en vervolgens naar Nederland toe. Hij heeft met het licht van de Heilige Grigor Lousavorich deze nieuwe wereld verlicht. Hij werd de bisschop van Nederland en zijn graf bevindt zich nu in de stad Maastricht in Nederland.

De geschiedenis vermeldt dat Armeniërs wellicht al hun intrede in Nederland hadden gedaan in het begin van de eerste eeuw als handelaren in stof. Echter, medio de 17e eeuw kwamen er meer Armeniërs naar Nederland, omdat Nederland in die tijd het meest rijke en ruime handelsland was en het een vrije protestante staat was.

Destijds kenden de Nederlanders de Armeense geschiedenis en de Armeniërs als zijnde “Katholieken die geen band hadden met Rome”. In die jaren werd de komst van de Armeniërs, hun activiteiten en hun permanente verblijf in Nederland groter en hun nationale gebedsplaats werd een onontkoombare en verplichtte behoefte. In 1663 huurden de Armeniërs een huis die zij tot een kapel veranderd hebben met de naam “Heilige Karapet” De eerste kerkelijke priester werd de priester Karapet Antrianetsi die erg behulpzaam was voor Voskan Yerevantsi en zijn boekdrukactiviteiten. Uiteindelijk op 26 oktober 1713, heeft de Amsterdamse gemeente het verzoek van de Armeniërs geaccepteerd en heeft zij de Armeniërs een eigen gebedsplaats gegeven. In 1715 werd de in Amsterdam gebouwde Armeense Apostolische kerk ingewijd met de naam “De Heilige Geest”. In 1733 kwam de pastoor, genaamd Hovhannes Amasiatsi, naar Amsterdam die met zijn ijverig werk en op zijn eigen kosten in 1749 de kerk heeft gerenoveerd en tot de huidige staat heeft gebracht. Echter Arakel Der-Arakelents, een rijke Armeense handelaar, heeft de ornamenten in de kerk bekostigd. Medio 18e eeuw begon het getal van de gemeenschap minder te worden. In 1774 kwam de geestelijke herder de priester Daniel naar Amsterdam en heeft de kerk in 1808 gesloten en is vertrokken door gebrek aan financiële middelen.  Vanaf die datum zijn de gebeden stil en de kaarsen gedoofd onder de gewelven van de kerk. Nederland, maar vooral Amsterdam, werd voor de Armeense drukwerk zijn ontplooiing en voorspoed gekregen in Nederland. De oprichter van de drukkerij in Amsterdam was de klerk Mateheus Dzaretsi die de bediende en de secretaris was van de Katholicos Filipos. Hij werd naar Europa gestuurd door Hagop Tchoughayetsi. Na acht maanden zwerven in Italië, zonder successen te boeken en vermoeid van de dreigingen van het katholieke spiritualisme en vervolgingen kwam hij aan in Nederland waar hij een land van goede tijden vond om zijn doelen te verwezenlijken. Nederland was een van de geciviliseerde landen waar het drukvak zijn perfectie en bloei had bereikt. Al snel heeft Dzaretsi de in die tijd beroemde graveur Christoffel van Dijk kunnen ontmoeten en een overeenkomst met hem gesloten.

Christoffel van Dijk heeft de taak op zich genomen om drie Armeense lettertypes voor te bereiden om de bijbel te drukken. Van Dijk heeft het eerste lettertype afgemaakt in 1660 en Dzaretsi begon daarmee met de druk van het boek “De zoon van Jezus”. Het einde van dat werk was echter niet voor hem bestemd want in 1661 overlijdt hij. Behalve Dzaretsi hebben er nog meer mensen in de drukwerkwereld gewerkt. Deze waren: Avedis Ghlitshentsi, Voskan Yerevantsi en Thomas Nouritstchanian. Na het kwamen Matheus, Mikael en Ghoukas Vanantetsi. Amsterdam werd in de geschiedenis een bekend centrum voor het Armeense gedrukte boek. Sinds 1666 is het hier voor het eerst dat er door de moeizame inspanning van Voskan Yerevantsi de bijbel werd gedrukt.

Aan de onvermoeibare ontwikkelaars in het hart van Amsterdam, hebben we de druk van vele boeken te danken, zoals: de eerste uitgave in 1695 van het boek “De geschiedenis der Armeniërs” van de vader der gedichten Khorenatsi, “De wereld kaart” in 1668, “Het verhaal” van Tavrizjetsi in 1669 en “De schat van de Aramian taal” van de  eerste Europese Armenist Shreuder. Dit boek heeft een bijzondere waarde en is de eerste moderne vertaling van de Oost- Armeense literair taal. Dit en nog vele andere noemenswaardige boeken.

Nederland werd en bleef een gastvrij land voor het Armeens volk en diende als haard voor het bewaren en de voorspoed van de waarden van het Armeense volk.

Tegenwoordig vormt de Nederlands- Armeense bevolkingsgroep een grote gemeenschap. Heden ten dage omringt opnieuw de rook van de wierook de Armeense gelovigen onder de gewelven van de Armeens apostolisch kerk van Amsterdam “De Heilige geest”.

Zij staan vandaag de dag met de bijbel gedrukt tegen hun borst te bidden in hun historische kerk.

Sinds 2010 heeft de Armeense gemeenschap zijn  nieuwe geestelijke leider, de pastoor Ter Taron Tadevosian.

De komst van de priester Manuel Yergatian naar Nederland in 1992 had veel waarde voor het ontwaken en herleven van het geestelijke leven van de gemeenschap. In Nederland verlicht tegenwoordig het altijd brandende waaklicht van de heilige Grigor Lousavoritch .

Echter, vandaag de dag, meer dan ooit, zijn er grotere en meer verantwoordelijke  problemen ontstaan voor de in de diaspora werkende Armeense dienstdoende kerk.

De lange vervreemdingsperiode van 80 jaar heeft een grote verandering veroorzaakt in de psyche van de Armeense bevolking in de migratiewereld. De Armeense kerk verliest langzamerhand de waarde om “de geestelijke haard”genoemd te worden. Dit is echter niet omdat de kerk zijn nationale religieuze rol wel of niet vervult. De dwingende economische, politieke, culturele en sociale omstandigheden vormen obstakels voor de kerken om hun waardevolle en de verwachtte nationale rol te kunnen realiseren. Afgezien van de voor de Armeense kerk ongunstige omstandigheden werkt de diaspora- Armeense apostolische kerk samen met zusterkerken door regelmatig christelijke en broederlijke banden aan  te halen met deze kerken. Door de eenheid tussen de kerken van Christus te zien, is er wederzijdse erkenning, waardering en samenwerking.

Een is Christus en ëën is zijn gevestigde kerk. De kerk is een grote bos bloemen waar iedere bloem zijn eigen geur en zijn eigen speciale kleur heeft, te samen gebundeld met de liefde van Christus.

Heden ten dage continueren de diaspora- Armeense apostolische kerken verenigd met de nationale, culturele en sociale organisaties hun missie ten gunste van het volk. De intentie waar zij naar sterven is:

  • Het bijeenhouden van het volk.
  • Het zelfbewust zijn van het nationale aanzien en de nationale identiteit.
  • Het behouden van de nationale waarden, de moedertaal, cultuur en tradities en deze zonder verloedering overdragen aan de vervangende generatie.

Het fundament van de alles is het altijd in het bezit zijn ven ons eeuwenoude nationale geloof. Helder gemaakt door het licht van Christus en 1700 jaar door de niet dovende vlam van de Verlichter (Lousavoritch) die schijnt uit op de rots van Christus.